
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994
Artikel 23
1
Voor een personenauto bedraagt de belasting:
2
De belasting voor een personenauto die is bestemd om te worden aangedreven door een kracht die niet uitsluitend wordt ontleend aan benzine wordt verhoogd met een brandstoftoeslag. De brandstoftoeslag bedraagt bij aandrijving door een kracht die:
a
wordt ontleend aan dieselolie: 51,28 bij een eigen massa van 500 kg of minder; 60,71 bij een eigen massa van 600 kg; 70,12 bij een eigen massa van 700 kg; 79,70 bij een eigen massa van 800 kg; 93,29 bij een eigen massa van 900 kg of meer, vermeerderd met 10,11 per 100 kg eigen massa boven 900 kg;
b
niet uitsluitend wordt ontleend aan benzine of dieselolie: 60,18 bij een eigen massa van 500 kg of minder; 72,12 bij een eigen massa van 600 kg; 84,09 bij een eigen massa van 700 kg; 96,04 bij een eigen massa van 800 kg; 104,90 bij een eigen massa van 900 kg of meer, vermeerderd met 11,12 per 100 kg eigen massa boven 900 kg;
3
In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, bedraagt de aldaar bedoelde brandstoftoeslag: nihil bij een eigen massa van 800 kg of minder en 11,56 bij een eigen massa van 900 kg of meer, vermeerderd met 11,56 per 100 kg eigen massa boven 900 kg bij aandrijving door een kracht die wordt ontleend aan aardgas en eveneens bij aandrijving door een kracht die wordt ontleend aan vloeibaar gemaakt petroleumgas, indien:
a
voor de personenauto een typegoedkeuring is verleend als bedoeld in artikel 22 van de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een individuele goedkeuring als bedoeld in artikel 26 van die wet, met toepassing van de normen zoals die zijn neergelegd in de Richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (PbEG L 76), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij Richtlijn nr. 94/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 (PbEG L 100), dan wel met betrekking tot personenauto's waarvoor na 31 december 2000 het kenteken is opgegeven, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij Richtlijn nr. 98/69/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 1998 (PbEG L 350);
b
de personenauto is voorzien van een installatie die tot gevolg heeft dat de emissies van die personenauto ten minste 30% lager zijn dan de emissienormen zoals neergelegd in de in onderdeel a bedoelde richtlijn;
c
de installatie als bedoeld in onderdeel b voldoet aan de door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vastgestelde eisen; deze eisen zullen in ieder geval betrekking hebben op:
1
de ongevoeligheid van de installatie voor de brandstofsamenstelling;
2
het niet kunnen wijzigen van de afstelling van het systeem, anders dan door of onder toezicht van de fabrikant of leverancier;
3
het voorzien zijn van een systeem dat de correcte werking van de installatie bewaakt en de bestuurder daarover informeert; en
d
met betrekking tot de personenauto overeenkomstig de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde bepalingen in het kentekenregister en op het kentekenbewijs de aanduiding G3 is opgenomen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AS4109, Cassatie, 39958
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
28-01-2005
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Cassatie
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Hoge RaadTarief kampeerautoâs. Voorwaarden in art. 6, leden 3-5, van het Uitvoeringsbesluit Motorrijtuigenbelasting 1994 onverbindend. -
LJN BF7583, Hoger beroep, 07/00385, 07/00386, 07/00387, 07/00388, 07/00389
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
01-10-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof ArnhemMotorrijtuigenbelasting. Afschaffing per 1 juli 2005 van motorrijtuigenbelastingtarief voor particulieren die een bestelauto houden is niet discriminatoir. -
LJN BH1398, Hoger beroep, 07/00582
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
21-01-2009
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof ArnhemMotorrijtuigenbelasting. Naheffing ter zake van ten onrechte genoten taxivrijstelling slechts over vier tijdvakken mogelijk. -
LJN AA1159, Eerste aanleg - enkelvoudig, M 96/3232
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
10-12-1997
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof ArnhemG E R E C H T S H O F A R N H E M BELASTINGKAMER Nr. M 96/3232 Het gerechtshof te Arnhem, vijfde enkelvoudige belastingkamer; Gezien het beroepschrift van *X BV, gevestigd te *Z, ingekomen op 15 april 1996 en gericht tegen de uitspraak 8 maart 1996 van de inspecteur van de Belastingdienst/Centraal... -
LJN BE9467, Hoger beroep, BK-07/00261
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
25-04-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof 's-GravenhageBelanghebbende heeft een taxibedrijf. Zij heeft een taxi gekocht.
Partijen houdt uitsluitend het antwoord op de vraag verdeeld of belanghebbende (in elk geval al) met ingang van 17 september 2005 (de aanvang van het onderhavige naheffingstijdvak) recht heeft op toepassing van de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting. -
LJN BH0121, Eerste aanleg - enkelvoudig, AWB 06/2265 MRB
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
09-03-2007
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank 's-GravenhageTaxivrijstelling. Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting tijdvak sep-dec 2005. Terugwerkende kracht van vrijstelling tot het begin van het tijdvak waarin de aanvraag met de vereiste bescheiden is gecompleteerd, of tot aan de datum waarop belanghebbende houder van het motorrijtuig is geworden? Toetsing aan artikel 3...